De overtreding van de maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus

Verschillende mediakanalen berichten verschillende dingen met betrekking tot de coronacrisis. Het lijkt alsof je begraven wordt met informatie. Hoe zit het nu precies? Welke maatregelen zijn er van kracht en wat kan het voor jou betekenen wanneer je deze maatregelen overtreedt? Kun je hiervoor een strafblad krijgen? Hoe zit het met demonstreren gedurende de coronamaatregelen? In deze blog belichten wij hoe het zit.

Welke maatregelen gelden
Vanaf begin maart zijn in Nederland langzaamaan coronamaatregelen ingegaan. Het doel van deze maatregelen is om de verspreiding van het virus tegen te gaan, de zorg te ontzien en ervoor te zorgen dat de oudere en kwetsbare mensen worden beschermd. Er zijn een aantal basismaatregelen die voor iedereen gelden. Dit zijn:

  1. Vaak de handen wassen. Bijvoorbeeld wanneer je naar buiten gaat of als je weer thuiskomt. Wanneer je geniest of je neus hebt gesnoten. Wanneer je naar de wc bent geweest etc.;
  2. In de binnenkant van de elleboog hoesten en niezen;
  3. Geen handen schudden;
  4. 1,5 meter afstand houden van personen die niet uit hetzelfde huishouden komen;
  5. Wanneer 1,5 meter afstand niet mogelijk is, moet u die plaats verlaten;
  6. Zoveel mogelijk thuis werken;
  7. Alleen het openbaar vervoer gebruiken wanneer dit niet anders mogelijk is (mondkapje verplicht);
  8. Het wordt geadviseerd om mondkapjes te dragen.
  9. Thuisblijven bij koorts, verminderde reuk of smaak, hoesten, niezen, keelpijn.

De maatregelen worden op dit moment beetje bij beetje versoepeld. Dit is mogelijk omdat het aantal besmettings- en overlijdensgevallen afneemt. De maatregelen hierboven zijn basismaatregelen en blijven ondanks de versoepelingen toch gelden.

Overtreding van de maatregelen en uw strafblad
Vanaf donderdag 26 maart is het voor de politie mogelijk geworden om op grond van een noodverordening deze maatregelen te gaan handhaven. De politie geeft aan dat het vooral gaat om groepen van drie of meer personen die buiten samenkomen en zich niet aan de 1,5 meter afstand regel houden. Voor samenkomsten in woningen geldt geen maximumaantal personen maar wel het dringende advies er altijd voor te zorgen dat mensen 1,5 meter afstand tot elkaar kunnen bewaren en ook de hygiënemaatregelen kunnen naleven. Als een samenkomst leidt tot overlast of een (mogelijk) gevaar vormt voor de publieke gezondheid kan er gehandhaafd worden.

Wat betekent deze handhaving precies? In het nieuws werd een aantal keer genoemd dat het mogelijk was om een strafblad te krijgen voor het overtreden van de coronamaatregelen. In de meeste gevallen wordt er echter een waarschuwing gegeven. Mocht een waarschuwing op zichzelf niet genoeg zijn, geeft de politie een boete. Indien deze boete niet tot het gewenste resultaat leidt, kan de politie overgaan tot aanhouding. Voor personen tussen de 13 en 17 jaar bedraagt de boete €95 euro. Daarnaast is het voor minderjarigen mogelijk om naar HALT gestuurd te worden. Voor personen van 18 jaar en ouder bedraagt de boete €390 euro. Deze boete leidt ook tot een aantekening op je strafblad. Deze aantekening kan gevolgen hebben in de toekomst. Denk hierbij aan het aanvragen van een VOG (Verklaring Omtrent Gedrag).

Aanvechten van een strafbeschikking
Dat de boete die gegeven wordt, kan leiden tot een strafblad weet niet iedereen. De coronaboete werkt als een strafbeschikking. Een strafbeschikking kan door de officier van justitie zonder tussenkomst van een rechter worden behandeld. Dit betekent dat je een aantekening kunt krijgen op je strafblad. Het is belangrijk om te weten dat je je kunt verzetten tegen de strafbeschikking. Je kunt verzet instellen bij de officier van justitie. In dit verzet geef je aan dat je het niet eens bent met de boete/strafbeschikking. Daarnaast is het belangrijk om het nummer van de strafbeschikking te noemen en de redenen waarom je het niet eens bent met de strafbeschikking.

De termijn om in verzet te gaan tegen de strafbeschikking is veertien dagen na ontvangst. Het is dus verstandig om de termijn in de gaten te houden. Zodra deze verstreken is, kan er geen verzet meer worden ingesteld en krijg je de boete en de aantekening op het strafblad.

In de politiek wordt nu gedebatteerd over het bestaan van de mogelijkheid van een aantekening op het strafblad vanwege een coronaboete. Een ruime meerderheid van de Tweede Kamer eiste per motie dat een boete wegens overtreding van de 1,5 meter-regel niet leidt tot een strafblad waar mensen nog jarenlang last van kunnen hebben. De echte vraag is dus wanneer dat dit definitief afgeschaft gaat worden.

Demonstreren en corona
De afgelopen maanden hebben er een aantal protesten en demonstraties plaatsgevonden. Zo ook de meest recente antiracismedemonstraties. Mogen burgers dit überhaupt wel doen in deze tijd? Het recht op demonstratie is een grondrecht dat is opgenomen in de grondwet. Er is echter ook in de wet opgenomen dat dit recht ingeperkt kan worden. Van deze inperking is o.a. sprake wanneer de gezondheid van de maatschappij beschermd moet worden. De Raad van State gaf al aan dat sommige burgerrechten door de coronamaatregelen ingeperkt zijn. Hierbij kun je denken aan de maatregel waardoor je niet met meer dan drie mensen die niet uit hetzelfde huishouden komen, thuis mag zijn.

In beginsel wordt het grondwettelijke recht op betoging (het recht op demonstratie) gerespecteerd in de coronamaatregelen. Dit is echter alleen het geval wanneer door de demonstratie de volksgezondheid niet in gevaar komt. Wanneer het gedurende de demonstratie zo druk is dat de anderhalve meter niet nageleefd wordt, botst het recht van demonstratie met de coronamaatregelen. De demonstratie kan dan beëindigd worden. Dit is bij een recente antiracismedemonstratie gebeurt in Rotterdam. De grondrechten van de burgers kunnen dus daadwerkelijk schuren en in de knel kunnen komen met de regels van het ”nieuwe normaal”.

Afsluiting
Zoals je hierboven hebt kunnen lezen, blijven de basismaatregelen ondanks de versoepelingen als basislijn op de achtergrond gelden. Wanneer je de coronamaatregelen hebt overtreden, kun je een boete krijgen. Indien je 18 jaar of ouder bent, kan deze boete ook leiden tot een aantekening op je strafblad. Daarnaast is het mogelijk om de burgerrechten in te perken met de coronamaatregelen. Dit is o.a. vanwege het beschermen van de volksgezondheid. Denk hierbij aan de antiracismedemonstratie die beëindigd werd.

Vond je deze blog interessant? Bekijk dan onze andere blogs op deze website.

Geschreven door Rick Jacobs

Coronamaatregelen en de overheid:

Aan het begin van de coronacrisis heeft de burger te maken gehad met diverse beperkingen van hun rechten. Een voorbeeld van deze beperkingen waren de gesloten scholen, de gesloten restaurants, het verbod op evenementen en samenkomsten. Daarnaast werden ook sociale gedragsregels ingesteld, zoals het zoveel mogelijk thuis blijven, werken vanuit thuis en de anderhalve meter maatregel. Bij zoveel direct ingrijpende veranderingen en beperkingen rijst de vraag hoe deze beperkingen van de grondrechten in stand gehouden kunnen worden. Tevens viel op dat niet iedereen precies weet wat een noodverordening inhoudt en wat dit te maken heeft met de Spoedwet die mogelijk per 1 juli intreedt. In de blog bekijken we dan ook de juridische achtergrond van de coronamaatregelen en burgerrechten.

Welke juridische basis hebben de coronamaatregelen?
In maart 2020 zijn door alle gemeenten in Nederland de coronamaatregelen ingevoerd. Binnen korte tijd hebben politici in samenwerking met het RIVM regels opgesteld en voorzieningen getroffen die zij noodzakelijk achtten om de uitbraak van COVID-19 in te dammen. Als juridische basis zijn deze maatregelen vastgelegd in noodverordeningen. In Nederland kunnen gemeenten in bepaalde situaties een noodbevel of een noodverordening in werking laten treden.

Een noodbevel wordt veelal ingezet bij het opdragen van bepaalde voorschriften aan slechts enkele personen, waarbij in het geval van een noodverordening juist voorschriften worden voorgeschreven aan een groter publiek. Beide termen kennen dezelfde voorwaarden, namelijk: de burgemeester kan een noodbevel of noodverordening inroepen in geval van oproerige beweging, ernstige wanordelijkheden of rampen, dan wel een ernstige vrees voor het ontstaan daarvan. Hierbij moet je dus denken aan acute en kortstondige situaties die ervoor kunnen zorgen dat er in een gemeente onrust ontstaat, zoals bijvoorbeeld rellen bij een voetbalwedstrijd of grootschalige demonstraties. In zulke situaties is de burgemeester dus bevoegd alle bevelen te geven die hij ter handhaving van de openbare orde of ter beperking van gevaar nodig acht.

In het geval van een grensoverschrijdend probleem, zoals het coronavirus, is de voorzitter van de veiligheidsregio de uitvoerende persoon die betrokken is bij de rampenbestrijding en crisisbeheer. In Nederland bestaan 25 veiligheidsregio’s. Elk van deze veiligheidsregio’s moeten dus afzonderlijk de maatregelen van de politiek omzetten in regionale noodverordeningen.

De wet schrijft voor de noodverordening geen specifieke duur voor. Echter als je de interpretatie van de wet volgt, zou de houdbaarheid van de coronamaatregelen in de vorm van noodverordeningen niet lang meer stand kunnen houden, omdat de maatregelen van langere duur zijn, terwijl een noodverordening bedoeld is voor korte duur. De politiek ziet dit zelf ook in en werkt daarom met man en macht aan de Spoedwet die per 1 juli 2020 moet worden ingevoerd. Hierover later meer.

Welke grondrechten staan precies onder druk door de coronamaatregelen?
Door de snelheid waarmee wij door deze crisis heen gaan, zien velen niet welke impact de maatregelen hebben op hun vrijheid. Ze voelen natuurlijk wel de onderdrukking, maar écht stil staan bij wat er daadwerkelijk met de rechten gebeurt, doen niet veel mensen. Er gebeurt natuurlijk enorm veel in een snel tempo en overzicht houden hierop is moeilijk. Vandaar hieronder een klein overzicht van de belangrijkste grondrechten die door de coronamaatregelen worden geschonden:

1. De vrijheid van godsdienst;
2. De vrijheid van vergadering en betoging;
3. De bewegingsvrijheid;
4. Het recht op privéleven;
5. Het eigendomsrecht;
6. Het recht op onderwijs;
7. Het recht tot de toegang tot de rechter;
8. Het demonstratierecht.

Zoals je ziet, zijn dit toch een behoorlijk aantal belangrijke rechten die beperkt worden. Of deze beperkingen allemaal gerechtvaardigd zijn, heeft twee antwoorden. Enerzijds kunnen deze beperkingen van de rechten gerechtvaardigd zijn, omdat de overheid op grond van artikel 22 lid 1 Grondwet maatregelen dient te treffen ter bevordering van de volksgezondheid. Daaronder vallen dus de genomen maatregelen. Ze dienen immers om ons te beschermen tegen het coronavirus. Eveneens is op Europees niveau de gezondheid van de burgers gewaarborgd, namelijk in artikel 11 Recht op bescherming van de gezondheid van het Europees Sociaal Handvest 1961. Dit artikel dient de gezondheid van de Europese burger te beschermen. In lid 3 wordt expliciet de bescherming van burgers tijdens epidemieën benoemd. Op grond van deze twee artikelen kun je dus stellen dat de getroffen maatregelen gerechtvaardigd zijn, er is echter één maar.

We zijn nu ruim drie maanden verder in de coronacrisis. In drie maanden tijd zijn er enorm veel statistieken verzameld omtrent de verspreiding en besmettelijkheid van het coronavirus. Volgens het RIVM zijn er op het moment van schrijven 6031 mensen gestorven aan corona. Echter was ruim 62% ouder dan 80 jaar en had een overgroot deel onderliggende aandoeningen, waarbij corona als de genadeklap diende. 0.6% van de overledene was onder de 50 jaar. In 2017/2018 stierven in Nederland ruim 9400 personen aan het influenza virus (griepvirus). Als men deze statistieken bekijkt, kan dit onder de bevolking vragen oproepen, of de burgerrechten buiten proportioneel onder druk zijn komen te staan door de genomen maatregelen. Vooral omdat per 1 juli 2020 de Spoedwet op de agenda staat, waarin de maatregelen wettelijk worden vastgelegd.

De spoedwet komt eraan:
Zoals eerder beschreven, steunen de huidige coronamaatregelen op een juridisch onhoudbare constructie, namelijk op regionale noodverordeningen. Vanuit meerdere kritische hoeken is commentaar geleverd op de onhoudbare en niet grondwettelijke wijze van beleidsvoering van de overheid. De overheid probeert dit dan ook te centraliseren door middel van de Tijdelijke Wet Maatregelen COVID-19 (ook wel Spoedwet genoemd) die per 1 juli 2020 verwacht wordt in te treden. Wat betekent dit voor u? Enkele hoofdpunten uitgewerkt.

Anderhalve meterregel in de wet
De anderhalve meterregel wordt vastgelegd in de wet. In artikel 58f Tijdelijke Wet Maatregelen COVID-19 is beschreven dat men een veilige afstand dient te houden op alle plaatsen buiten de eigen woning. De veilige afstand wordt door het RIVM vastgesteld en zij zullen dus bepalen hoeveel afstand er gehouden dient te worden. Wie de anderhalve meter niet respecteert, loopt het risico op een hoge boete of zelfs een gevangenisstraf. De straffen met betrekking tot de overtreding van de nieuwe wet zijn verdeeld in categorieën. Variërend van €435 euro of één maand hechtenis in de eerste categorie tot €4350 of twee maanden hechtenis in de tweede categorie strafbeschikking. Daarnaast krijgt men ook een aantekening op het strafblad.

Tevens wordt groepsvorming door deze nieuwe wetgeving verboden, dit geldt ook voor het organiseren van evenementen. Openstelling van openbare plaatsen worden bij ministeriële regelingen aangewezen. Overigens kunnen ook nieuwe hygiënemaatregelen bij ministeriële regeling worden getroffen, dit houdt in dat deze maatregelen achteraf kunnen worden ingevuld.

Inbreuk huisrecht
De nieuwe wet bevat ook bepalingen die een inbreuk hebben op het huisrecht. Het is namelijk niet mogelijk om bijvoorbeeld een feestje, pokertoernooi of andere sociale bijeenkomst te houden zonder het gevaar te lopen dat de maatregelen worden gehandhaafd. De wetgever tracht terughoudend te zijn bij de handhaving achter de voordeur van woningen, zo luidt in de nieuwe wet. Het is echter de vraag hoe dit uiteindelijk in de praktijk zal uitpakken.

Grote ruimte voor eigen invulling
Wat opvalt aan de wet is dat er veel ruimte bestaat voor het kabinet om naderhand regels in te vullen. In veel artikelen wordt de term “bij ministeriële regeling” gebruikt, om precies te zijn wordt deze term zestig keer gebruikt in het wetsvoorstel. Dit houdt in dat de overheid een grote ruimte heeft om regelingen achteraf zelf in te vullen, zoals o.a. welke evenementen wel door mogen gaan en welke niet, welke openbare ruimtes geopend blijven en hoeveel afstand er gehouden moet worden.

Tot slot
Mocht de wet worden aangenomen, wordt deze aangenomen voor de duur van één jaar. Er bestaat echter de bevoegdheid om de wet telkens met twee maanden te verlengen. Dit betekent dat de wet in principe voor onbepaalde tijd geldig zou kunnen zijn. Het is dus nog de vraag hoelang deze maatregelen het straatbeeld blijven beïnvloeden.

Geschreven door: Chris Eren – Student Rechten, Zuyd Hogeschool

Vond u deze blog interessant? Bekijk dan onze overige blogs op deze website en houdt de social media van Legal Lab in de gaten!

Corona en ontslag: informatie voor werkgevers


Sinds de coronacrisis hebben veel bedrijven moeite om hun hoofd boven water te houden. Sommige bedrijven zijn door de coronacrisis zelfs failliet gegaan. Denk bijvoorbeeld aan kroegen zoals Shooters Heerlen of de Beerkompanie Heerlen. Om faillissement te voorkomen, zullen bedrijven soms zelfs personeel moeten ontslaan. Hierbij rijst de vraag: welke maatregelen kunt u nemen tijdens de coronacrisis om de bedrijfskosten zoveel mogelijk te drukken? Kunt u bijvoorbeeld een gedeelte van uw personeel ontslaan? In deze blog staan wij stil bij deze laatste vraag.

Ontslag van werknemers
De regels omtrent het ontslaan van werknemers zijn hoofdzakelijk hetzelfde gebleven. Gedurende de coronacrisis zijn er slechts enkele veranderingen met betrekking tot ontslag opgetreden.

Als een werkgever een werknemer met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tussentijds wil ontslaan, dan moet deze optie in het arbeidscontract zijn opgenomen. Is deze optie opgenomen in het contract, dan is de hoofdregel dat voordat ontslag om bedrijfseconomische redenen en ontslag na langdurige arbeidsongeschiktheid plaatsvindt, de werkgever het UWV om toestemming moet vragen. Bij andere redenen voor ontslag moet de werkgever de kantonrechter verzoeken om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De kantonrechter zal ook over de ontbinding van een arbeidsovereenkomst gaan wanneer bovenstaande optie niet in het contract is opgenomen.

De werkgever dient in dat geval een goede reden te hebben om de werknemer met een tijdelijke arbeidsovereenkomst te kunnen ontslaan. Deze redenen kunt u vinden in Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Een voorbeeld hiervan is het hebben van bedrijfseconomische redenen. Indien een werkgever hiermee naar de kantonrechter gaat, dan zal hij rekening moeten houden dat deze een vergoeding aan de werknemer kan toekennen.

De gronden voor het ontslag van werknemers met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd kunt u vinden in artikel 669 lid 3 van het Burgerlijk wetboek 7:

  1. bedrijfseconomische redenen;
  2. langdurige arbeidsongeschiktheid;
  3. disfunctioneren;
  4. verwijtbaar handelen van de werknemer;
  5. regelmatig ziekteverzuim;
  6. gewetensbezwaren;
  7. een verstoorde arbeidsrelatie;
  8. op basis van cumulatiegronden;
  9. andere omstandigheden.

In enkele gevallen heeft de werkgever een herplaatsingsverplichting. De werkgever moet dan inspanning tonen om de werknemer te herplaatsen in een andere functie binnen het bedrijf. Hierbij moet de werkgever aan drie punten aandacht besteden:

1. Is er een passende functie beschikbaar?
Het gaat hierbij om een functie die aansluit op het opleidingsniveau, de werkervaring en de capaciteit van de werknemer.

2. Kan een passende functie door middel van scholing beschikbaar komen?
De werkgever toont al genoeg inspanning met het aanbieden van een korte cursus of opleiding. Zo heeft het heeft het Hof van Arnhem-Leeuwarden in 2017 geoordeeld dat het aanbieden van een cursus ‘feedback geven en ontvangen’ voor een disfunctionerende werknemer, voldoende inspanning heeft getoond.

3. Komt de passende functie binnen een redelijke termijn beschikbaar?
De bovengenoemde termijn is afhankelijk van de duur van de arbeidsovereenkomst en kan tussen de 1 tot 4 maanden zijn.

Ontslag op staande voet
Als een werkgever een werknemer ontslaat op staande voet, eindigt het arbeidscontract met onmiddellijke ingang. Hierbij is het niet vereist dat het UWV of de kantonrechter preventief toetst. Ook zijn de opzegverboden en de opzegtermijnen niet van toepassing. Echter staan hier een paar voorwaarden tegenover. Deze voorwaarden zijn:

1.Er moet sprake zijn van een dringende reden.
Dit houdt in dat het handelen of nalaten van de werknemer zo ernstig is, dat er van de werkgever niet kan worden verwacht dat hij de werknemer ontslaat op een normale wijze. Voorbeelden van dringende redenen zijn dronkenschap, diefstal en werkweigering zonder goede reden.

2. De werkgever deelt direct de dringende reden aan de werknemer mede. De werknemer moet direct op de hoogte gesteld worden van de reden van ontslag. Dit kan direct voor of na het ontslag gebeuren.

3. De beëindiging van de arbeidsovereenkomst moet direct ingaan.
Zodra de gedraging plaatsvindt die leidt tot de dringende reden moet de werkgever de werknemer per direct laten stoppen met werken. De werkgever kan niet de werknemer zijn werkdag laten afmaken en het daarna pas overgaan tot ontslag.

NOW-regeling
Er zijn echter ook nieuwe ontwikkelingen geweest tijdens deze coronacrisis. Zo valt te denken aan de NOW-regeling. De NOW-regeling houdt kort gezegd in dat bedrijven die als gevolg van het coronavirus kampen met een substantieel omzetverlies (van tenminste 20%), bij het UWV een aanvraag kunnen indienen voor een tegemoetkoming in de loonkosten en hiervoor een voorschot kunnen ontvangen. Een voorwaarde waar bedrijven die gebruikmaken van deze regeling zich aan moeten houden, is dat gedurende de werkingstijd van de NOW-regeling deze bedrijven geen ontslagaanvragen wegens bedrijfseconomische redenen bij het UWV kunnen doen.

NOW-regeling 1.0: deze regeling was aan te vragen tot en met 5 juni. Mocht de werkgever zich niet aan de bovenstaande voorwaarde hebben gehouden, dan werd de subsidie met 150% van de loonsom gekort.

NOW-regeling 2.0: deze regeling is op 6 juni ingegaan en loopt door tot en met de maand september. In deze regeling is de korting op de subsidie bij bedrijfseconomisch ontslag 100% van de loonsom. Dit is 50% minder dan de NOW-regeling 1.0.

Afsluiting
Zoals u hierboven heeft kunnen lezen, zijn er voor werkgevers een aantal opties om werknemers te kunnen ontslaan. Hier zijn echter veel voorwaarden aan verbonden en kunnen de kosten om een werknemer te ontslaan hoog oplopen. Vooral in deze coronacrisis moet er goed gekeken worden of er ook andere mogelijkheden zijn dan het ontslaan van een medewerker. Kijk bijvoorbeeld naar de NOW-regeling of andere regelingen die u financieel kunnen helpen. Bent u benieuwd of u recht heeft op de NOW-regeling? Bekijk dan de de volgende website voor meer informatie.

Naast de NOW-regeling bestaan er ook nog andere financiële regelingen. Dit zijn onder andere de TOZO regeling en de TVL regeling. Wilt u weten of u aanspraak kunt maken op deze regelingen? kijk dan op legallab.online voor twee beslisbomen die betrekking hebben op deze twee regelingen.

Geschreven door Ryan Dobrick

Covid-19 VS. de Rechtspraak

Geschreven door: Rianne Menten en Anne Lardinois

Het zijn moeilijke tijden, ook voor de Rechtspraak. Op 17 maart 2020 is er besloten om in verband met het coronavirus tijdelijk de deuren te sluiten van alle rechtbanken, gerechtshoven en bijzondere colleges. Welke invloed heeft de tijdelijke sluiting op lopende zaken? Gaan zaken gewoon door of worden zaken tijdelijk niet behandeld? 

Het coronavirus brengt veel ellende met zich mee, zo ook in de juridische wereld. Hoewel een voortvluchtige man, die verdacht wordt de ‘godfather’ te zijn van de zogenaamde ‘Parkstadbende’, baat dacht te hebben bij de maatregelen die het coronavirus met zich meebrengt. De verdachte werd al een langere tijd gezocht door politie en justitie en werd na een inval bij een kennis in Heerlerheide gevonden. De advocaat van de man stelde dat zijn cliënt zich wel eerder had willen melden. “Maar hij heeft zich de laatste tijd stipt aan het stay at home advies van de overheid gehouden.” Zo blijkt uit een artikel van 1Limburg van zondag 5 april 2020. De Rechtspraak wil zich uiteraard ook aan de geldende richtlijnen van de overheid houden, waardoor een aantal nieuwe maatregelen zijn genomen. 

Maatregelen rechtspraak

Met alle maatregelen die zijn genomen om verdere verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, heeft de rechtspraak besloten om tijdelijk de deuren te sluiten van o.a. rechtbanken en gerechtshoven. Om ervoor te zorgen dat de rechtspraak niet stil komt te liggen, heeft het dagelijks bestuur van de Presidentenvergadering een algemene regeling opgesteld. Deze regeling geeft aan hoe zaken tijdens de sluiting moeten worden behandeld, alleen urgente zaken kunnen onder aangepaste omstandigheden doorgang vinden.

De corona-crisis brengt veel onduidelijkheden met zich mee, hoe zit het bijvoorbeeld met de geldende termijnen in lopende zaken? In beginsel gaan schriftelijke procedures zoveel mogelijk door, dit betekent dan ook dat de gestelde termijnen gewoon gelden. Daarom is het van belang om alle stukken binnen de geldende termijn in te dienen. Stukken die normaliter gefaxt worden of via de post worden verstuurd, kunnen via het ‘veilig mailen systeem’ dat vanaf 9 april jl. in gebruik is genomen, worden ingediend. 

Urgente zaken

Over het algemeen zijn urgente zaken, zaken waar een spoedige rechterlijke beslissing niet achterwege kan blijven. Per rechtsgebied verschillen deze urgente zaken. Bij personen- en familierecht kan hierbij bijvoorbeeld worden gedacht aan ondertoezichtstellingen, uithuisplaatsingen, voorlopige voorzieningen en spoed kort gedingen. Ook bij civiele zaken kan er worden gedacht aan spoed kort gedingen en voorlopige voorzieningen. Daarnaast kan er bij civiele zaken worden gedacht aan spoed beslagrekesten, deelgeschillen, spoed instellingsverzoeken, ontslagverzoeken, machtigingsverzoeken, faillissementsverzoeken op eigen aangifte, verzoeken voor de verlening van huurovereenkomsten en surseances van betaling. Zaken in bestuursrecht zijn urgent als het gaat om voorlopige voorzieningen met ernstige spoed en vreemdelingenbewaringszaken. Deze zaken heeft de Rechtspraak uitgewerkt op een lijst genaamd ‘lijst 1’, welke is terug te vinden via de volgende link: https://www.rechtspraak.nl/Paginas/COVID-19-Algemene-regeling-zaaksbehandeling-Rechtspraak.aspx

Deze zaken worden zoveel mogelijk schriftelijk of telefonisch met beeldverbinding behandeld. Tenzij de aangepaste regeling anders bepaalt, vindt er geen mondelinge behandeling plaats waarbij partijen aanwezig kunnen zijn. 

Overige urgente zaken 

Naast de zeer urgente zaken is er ook de categorie: overige urgente zaken. Sinds 7 april jl. is het weer mogelijk om ook deze zaken te behandelen via videogesprekken. Om te weten welke zaken onder overige urgente zaken vallen is ‘lijst 2’ opgesteld. In deze lijst staan per rechtsgebied tijdelijke regelingen die een uitgebreide uitwerking van de overige urgente zaken bevatten. Ook deze informatie is te vinden via de volgende link: https://www.rechtspraak.nl/Paginas/COVID-19-Algemene-regeling-zaaksbehandeling-Rechtspraak.aspx

Strafzaken

Veel zaken zijn door het coronavirus uitgesteld, zo ook de zaak van Nicky Verstappen. Strafzaken zoals die van Nicky Verstappen verdienen een waardige behandeling, via een videoconferentie is het niet mogelijk om aan deze waardige behandeling te voldoen en al zeker niet omdat er zoveel veel belangrijke partijen bij betrokken zijn.

Urgente strafzaken worden zoveel mogelijk via videogesprekken behandeld, wanneer dit niet mogelijk is en de verdachte geen afstand van zijn/haar aanwezigheidsrecht heeft gedaan, kan er bij zeer urgente zaken voor worden gekozen om de verdachte wel fysiek aanwezig te laten zijn. Bij andere urgente zaken wordt de behandeling in dat geval uitgesteld. Zeer urgente zaken zijn bijvoorbeeld zaken over voorlopige hechtenis en  (super)snelrechtzittingen. Urgente zaken zijn o.a. strafzaken met gedetineerde verdachten, zonder benadeelde partijen en getuigenverhoren door de rechter- of raadsheercommissaris met preventief gehechte verdachten.

(Super)Snelrechtzittingen

Zaken die eenvoudig zijn en geen verder onderzoek vereisen kunnen, indien de verdachte hiermee akkoord gaat, behandeld worden via het (super)snelrecht. Bij supersnelrecht staat een verdachte binnen 6 dagen voor de rechter en bij snelrecht staat de verdachte binnen 17 dagen voor de rechter. (Super)snelrecht wordt veelal gebruikt bij veelplegers, evenementen en bij geweld tegen personen in een publieke functie. Tijdens de corona-crisis wil het OM deze vorm van rechtspraak extra inzetten bij mensen die misbruik maken van de corona-crisis. Denk hierbij aan een corona-spuger, maar ook ander gerelateerd geweld. Hierbij worden 3 dagen aangehouden voor het supersnelrecht en 14 dagen voor het snelrecht. Dit houdt in dat de verdachte binnen deze termijn voor de politierechter moet verschijnen. 

De politierechter in Den Haag heeft op 20 maart jl. een celstraf van 10 weken opgelegd (zie ECLI:NL:RBDHA:2020:2766). De verdachte hoestte in het gezicht van twee agenten en stelde daarna dat hij het coronavirus zou hebben. Het Openbaar Ministerie wil in deze zaken streng optreden om een duidelijk signaal af te geven aan de Nederlandse samenleving. Dat dit feit tegen twee politieagenten is gepleegd werkt dan ook strafverzwarend volgens de politierechter, gezien zij juist ook tijdens de uitbraak van het virus een cruciale functie om de samenleving draaiende te houden vervullen. 

Kortom past de Rechtspraak zich ook aan om te voldoen aan de richtlijnen van de overheid. Toch zijn er genoeg dringende zaken die wel doorgaan en moet er rekening worden gehouden met geldende termijnen. Moet jij je bijvoorbeeld melden bij de politie, omdat je verdacht wordt van het plegen van een strafbaar feit? Meld je dan gewoon, want het “stay at home” advies van de overheid biedt hiervoor geen excuus. De politie werkt namelijk gewoon door en dat scheelt je kennis ook weer een kapotte deur! 

Hamsterééééén! Of toch maar niet?

Geschreven door Anne Lardinois en Rianne Menten, legal interns bij Zuyd Legal Lab.

Na de toename van het aantal corona-patiënten in Nederland, begon men massaal voedsel en wc-papier in te slaan. De winkels doen hun uiterste best om steeds opnieuw de voorraad aan te vullen, maar ook zij kampen met zieke werknemers en verhoogde werkdruk. Mensen die ‘s avonds terugkomen van werk in de zorg of werk in het onderwijs treffen een lege supermarkt aan, wanneer ze na het werk nog even wat willen kopen. De minister-president heeft burgers meerdere malen verzocht om niet te gaan hamsteren, gezien er genoeg voedsel en wc-papier op voorraad is. Helaas mocht dit niet baten. Zijn er ook wettelijke maatregelen die kunnen worden getroffen?

Om deze vraag te beantwoorden: ja, de overheid kan hier zeker maatregelen voor treffen. Er bestaat sinds 1962 namelijk de Hamsterwet. Deze regeling kan in werking treden, wanneer zich buitengewone omstandigheden voordoen en moet in dat geval tegengaan dat mensen massaal goederen gaan hamsteren.

De minister van Economische Zaken en Klimaat (Eric Wiebes) kan volgens artikel 3 Hamsterwet in het geval van buitengewone omstandigheden, regels stellen tot het tegengaan van het hamsteren van goederen.

De minister kan:

➤ een verbod stellen op het kopen van bepaalde goederen;

➤ de verplichting stellen tot het terugbrengen van te veel gekochte goederen;

➤ een limiet stellen op het aantal producten dat je mag kopen.

Ook is het op grond van artikel 6a van de Hamsterwet mogelijk dat minister Wiebes toezichthouders aanwijst, indien iemand zich dan niet aan de regels houdt, mag zelfs de politie worden ingeschakeld.

De wet kan op twee manieren in werking worden gesteld. Er kan bij koninklijk besluit, op voordracht van de minister-president een algemene of beperkte noodtoestand worden afgeroepen op grond art. 1 lid 1 Coördinatiewet uitzonderingstoestanden. De tweede manier is om bij koninklijk besluit, op voordracht van de minister-president op grond van artikel 3 Hamsterwet, deze regeling afzonderlijk in werking te stellen. Volgens artikel 5 Hamsterwet kan deze regeling niet in werking treden, voordat deze is bekendgemaakt in de Staatscourant of op een andere wijze die minister Wiebes bepaald. Het verschil tussen deze twee manieren is dat in het eerste geval meerdere noodbevoegdheden in werking treden, terwijl in het tweede geval alleen de Hamsterwet intreedt.

Wanneer is er nu eigenlijk sprake van een noodtoestand? Een noodtoestand kan zich op verschillende manieren voordoen, omdat hier geen exacte definitie voor is, is gekozen om deze term te veranderen naar buitengewone omstandigheden. Er wordt dan ook niet meer gekeken naar de oorzaak van de bedreiging, maar naar het belang. Om tot het oordeel te komen dat er sprake is van buitengewone omstandigheden, moet er voldaan worden aan twee voorwaarden: een vitaal belang moet worden bedreigd en normale bevoegdheden zijn onvoldoende om het probleem op te kunnen lossen.

Denk de volgende keer dus twee keer na voordat je gaat hamsteren, de ingrijpende consequenties die hierdoor kunnen volgen zijn namelijk voor niemand prettig. En zeg eens eerlijk, had je die 6 pakken wc-papier nou echt nodig?