Wetsvoorstel verandering in de rechtsbijstand.

Geschreven door Tom Vandeberg

In Nederland is de rechtsbijstand vastgelegd in de Wet op de rechtsbescherming. Dit geeft zekerheid dat elke nederlandse burger toegang heeft tot de rechter. Op 1 december 2015 heeft de commissie-Wolfsen een rapport uitgebracht waarin werd weergegeven hoe we het huidige stelsel van de gesubsidieerde rechtsbijstand duurzamer kunnen maken. Hierop heeft minister Dekker voor Rechtsbescherming een voorstel gedaan waarin rechtsbijstand effectiever wordt verleent en mensen minder snel naar de rechter stappen. Maar wat gaat er nu dan veranderen?

Binnen het stelsel van de Wet op de rechtsbescherming is het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand als zelfstandig bestuursorgaan verantwoordelijk voor een rechtmatige en doelmatige subsidieverlening. Het wetsvoorstel brengt hierin geen verandering aan, aan het bestuur van de Raad komt nog steeds beleidsvrijheid toe. Waar het wetsvoorstel wel verandering in brengt is het  verhogen van de subsidiegrens, het versterken van de eerste lijn en de aanpak van multiproblematiek. 

In het oude systeem komt men pas in aanmerking voor rechtsbijstand wanneer er sprake is van een inkomen onder € 21.800 per jaar voor alleenstaanden en € 31.000 per jaar voor degene die met een, of meer personen, een duurzame en gezamenlijke huishouding voert. In het voorstel van minister Dekker komen alleenstaanden in aanmerking voor gesubsidieerde rechtsbijstand bij inkomens onder € 27.300 en mensen die samen een huishouden voeren onder de € 36.800. Een forse stijging van € 5.500 respectievelijk € 5.800. 

Verder heeft het wetsvoorstel als doel het versterken van de eerste lijn. Met de eerste lijn wordt bedoeld de eerste adviesinstanties waar men hulp zoekt voor hun problemen. Het doel is om de samenwerking te verbeteren tussen de verscheidene rechtsbijstandorganisaties, hierbij moet gedacht worden aan instanties zoals het Juridisch Loket die vaak advies geven en de problemen analyseren. Dit zou als gevolg moeten hebben dat er eerder alternatieve oplossingen bedacht kunnen worden voordat er naar de rechter gestapt wordt of geschillen meer bemiddeld worden door middel van mediation. Verder wil het wetsvoorstel ook de probleemdiagnose uitbreiden zodat de informatie beter benut kan worden in het geval dat het geschil toch bij de rechter komt. Het beoogde doel is hiermee dat de rechter effectiever kan oordelen. 

Het wetsvoorstel ziet er ook op dat de multiproblematiek beter wordt aangepakt. Dit houdt in dat cliënten die meerdere juridische problemen hebben en normalerwijs verschillende zaken tegelijkertijd hebben lopen. Verbetering hierin zou betekenen dat zulke zaken sneller behandeld worden in zijn geheel in plaats van. Verder is het de bedoeling om de symptomen van multiproblematiek eerder te herkennen en daaropvolgend beter te kunnen handelen. Dit met als einddoel om de toevoegingen beter te kunnen besteden en de cliënten efficiënter te helpen. Dit wil minister Dekker bereiken door de Raad de bevoegdheid te geven om de rechtzoekende actie te laten ondernemen, bij de toezegging van een toevoeging, om de multiproblematiek op te lossen of beheersbaar te maken. 

Tegenstanders van het wetsvoorstel hebben voornamelijk bezwaar tegen de verhoging van de subsidiegrens. De grootste zorg is dat mensen die afhankelijk zijn van zulke bijstand niet meer fatsoenlijk de rechtshulp kunnen krijgen die ze nodig hebben. Dit zou als gevolg hebben dat een kwetsbaar deel van de bevolking, geen toevoeging meer zou kunnen krijgen wat procederen ontmoedigd en men zich niet kan verdedigen tegen een wederpartij die wel de middelen heeft om te procederen. Voorstanders van het voorstel zien met de wijziging mogelijkheden tot het voorkomen van onnodig procederen bij de rechter, het effectiever inzetten van de beschikbare rechtsmiddelen en het stroomlijnen van juridische hulpverlening. Wat de werkelijke veranderingen zullen zijn in het systeem van rechtsbijstand subsidie kan op dit moment alleen maar gespeculeerd worden. Het wetsvoorstel zelf moet nog ingediend worden bij de tweede kamer en het zal dus nog even duren voordat we in de praktijk iets van zullen zien. 

In het geval dat er interessante ontwikkelingen zijn zullen wij een nieuwe blog plaatsen om u zoveel mogelijk op de hoogte te houden.

Europese verkiezingen

Geschreven door Lonny Hoogenberg en Bram Laschet.

23 mei mogen we weer naar de stembus. Dan vinden de verkiezingen voor de leden van het Europees Parlement plaats.

Maar wat verkiezen we eigenlijk?

Europees Parlement

Het Europees Parlement bestaat uit 751 (inclusief de voorzitter) leden, verkozen door burgers van de Europese Unie. Zij vertegenwoordigen ongeveer 500 miljoen EU-burgers. Alle lidstaten hebben afhankelijk van inwonersaantal een vast aantal zetels. Nederland heeft 26 zetels (3,5% van het totaalaantal zetels). De verdeling van de zetels is zo, dat de kleinere lidstaten meer zetels toebedeeld krijgen dan het geval zou zijn bij een strikt evenredige verdeling.

In het Europees Parlement zijn er momenteel acht fracties. De fracties bestaan uit partijen van de lidstaten. EU-burgers kunnen niet rechtstreeks op een van de Europese partijen stemmen, maar alleen op partijen van de lidstaat waarin ze stemgerechtigd zijn. Deze nationale partijen zijn dan weer aangesloten bij de een van de fracties die het meest overeenkomsten met hun politieke ideeën. Dit houdt bijvoorbeeld in dat VVD en D66 samen in dezelfde fractie in het Europees Parlement zitten. Denk hierbij aan Christendemocraten of liberalen die op Europees niveau zijn georganiseerd.

Voorzitterschap Europese Commissie

Omdat de stembusgang bij de Europese verkiezingen al langere tijd terugloopt, wordt sinds 2014 de Europese Parlementsverkiezingen samengepakt met de benoeming van de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie. Iedere vijf jaar wordt er een nieuwe voorzitter benoemd. Elke Europese fractie heeft daarom een zogenoemde spitzenkandidaat. Dit zijn de kandidaten die zij voordragen als voorzitter van de Europese Commissie, mocht hun partij de grootste worden bij de verkiezingen.

Het hoeft niet zo te zijn dat een van de spitzenkandidaten voorzitter van de Europese Commissie wordt. De Europese Raad draagt een kandidaat-voorzitter voor aan het Europees Parlement. Zowel de Europese Raad en het parlement hebben aangegeven dat ze de meest geschikte persoon aanstellen voor de functie.

Dus ook na de uitslag van de verkiezing, blijft het spannend wie de meest invloedrijke positie krijgt binnen de Europese Unie.

Benieuwd wat de taken en bevoegdheden zijn van het parlement en de Commissie? Houd onze site in de gaten!