Gevangenisstraf in plaats van taakstraf bij geweld tegen hulpverleners

Geschreven door Milou Bos

Op 14 juli 2020 is er een wetsvoorstel ingediend over de uitbreiding van het taakstrafverbod. In dit wetsvoorstel is geregeld dat als er sprake is van geweld tegen een hulpverlener terwijl deze zijn werk uitvoert, een rechter geen taakstraf meer kan opleggen. In deze blog ga ik allereerst dieper in op wat dit nieuwe wetsvoorstel inhoudt. Vervolgens bespreek ik verschillende adviezen die zijn gegeven op het wetsvoorstel, en tot slot behandel ik de stemmingen van de eerste en tweede kamer over dit wetsvoorstel en de gevolgen hiervan.

Wetsvoorstel taakstrafverbod
Als iemand een taakstraf krijgt opgelegd moet hij/zij onbetaald werk verrichten. Hoeveel uur iemand dit moet doen wordt bepaald door de rechter. Als iemand deze taakstraf niet of niet goed uitvoert kan de rechter alsnog een gevangenisstraf opleggen. Op dit moment is er voor bepaalde strafbare feiten al een taakstrafverbod. Bij deze strafbare feiten kan een rechter alleen een taakstraf opleggen samen met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Een aantal voorbeelden van strafbare feiten met een taakstrafverbod zijn:

  1. Misdrijven waarbij een gevangenisstraf van zes jaar of langer kan worden opgelegd en waarbij een ernstige inbreuk op het lichaam van het slachtoffer is geweest.
  2. Er sprake is van dood of letsel door ambtsdwang;
  3. Kinderpornografie;
  4. Verleiding van minderjarige tot seksuele handelingen;
  5. Seksuele handelingen met 16/17-jarige prostitué;
  6. Aanwezigheid bij seksshows met minderjarige;
  7. Bevorderen van seksuele handelingen bij het eigen kind.

Met het nieuwe wetsvoorstel wil de wetgever deze lijst uitbreiden met elke vorm van geweld tegen bijvoorbeeld politiemensen, medewerkers van de brandweer, ambulance of boa’s. Ook hiervoor kan een rechter dan niet meer enkel een taakstraf opleggen. Wel is het mogelijk om een taakstraf op te leggen in combinatie met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Voor de totstandkoming van dit wetsvoorstel is er door de tweede kamer advies gevraagd aan meerdere instanties. Hieronder worden de adviezen van deze verschillende instanties besproken.

Politie
De politie is erg positief over het wetsvoorstel. Zij zien dit als een erkenning van de wetgever dat geweld tegen hulpverleners een zeer ernstig strafbaar feit is, waar een gevangenisstraf op dient te volgen. De politie vindt een taakstraf dan ook geen passende straf als er geweld is gepleegd tegen een hulpverlener. De politie hoopt dat door deze nieuwe wet de stijging van geweld tegen hulpverleners afneemt.

Reclassering
De reclassering, het Leger des Heils, Jeugdbescherming & Reclassering en de stichting Verslavingsreclassering GGZ zijn allemaal van mening dat elke vorm van geweld tegen een hulpverlener passend moet worden bestraft. Zij zien geen noodzaak om het taakstrafverbod uit te breiden. Bij het opleggen van een straf houdt de rechter al rekening met de ernst van de daad, de persoonlijkheid van de dader en de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd. Nadat de rechter alle onderdelen heeft bekeken en afgewogen legt hij een passende straf op. Er zijn geen signalen dat een rechter deze beslissing niet goed neemt. Volgens de reclassering kan een taakstraf een grote impact hebben op het leven van de dader. De dader dient taken te verrichten die bijdragen aan de samenleving. Het wetsvoorstel wekt de indruk dat de taakstraf een ‘lichte’ straf is en alleen geschikt zou zijn voor lichte strafbare feiten. Dit gaat voorbij aan het feit dat de taakstraf sinds 2001 een volwaardige, zelfstandige hoofdstraf is en bewezen effectiever is dan een (korte) gevangenisstraf; uit onderzoek blijkt dat daders met een taakstraf tot 47% minder vaak nieuwe strafbare feiten plegen dan kortgestrafte gedetineerden. Daarnaast is een taakstraf ook goedkoper dan een gevangenisstraf.

Raad voor de Rechtspraak
De Raad adviseert sterk om af te zien van het wetsvoorstel. Volgens de Raad is er geen reden of noodzaak voor de voorgenomen uitbreiding. Volgens de Raad is er binnen het recht voldoende aandacht voor de ernst van geweld tegen hulpverleners. De wet biedt in deze gevallen voldoende mogelijkheden om passend te straffen. Het wetsvoorstel zal de rechter belemmeren in zijn mogelijkheden om bij iedere zaak, rekening houdend met alle omstandigheden van het geval, een passende straf op te leggen. Het huidige taakstrafverbod wordt in de praktijk regelmatig als onnodig beperkend ervaren. Het wetsvoorstel beperkt de rechter verder en is naar het oordeel van de Raad niet nodig. De rechter kan namelijk nu ook al gevangenisstraffen opleggen voor geweld tegen hulpverleners en straft ook al zwaarder als er sprake is van geweld tegen hulpverleners.

Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak
De Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak geeft aan dat het taakstrafverbod wat nu al in werking is vaak wordt gezien als een hindernis om iemand passend te straffen. Rechters zoeken in deze gevallen al naar andere wegen om te ontkomen aan het taakstrafverbod. Dit zal volgens de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak alleen maar erger worden als er een uitbreiding van het taakstrafverbod komt. In gevallen van licht geweld tegen hulpverleners zal er geregeld sprake zijn van een situatie waarin een gevangenisstraf, gelet op de omstandigheden, niet als een passende straf kan worden gezien. Het nieuwe wetsvoorstel zal leiden tot ongewenste uitkomsten. Daardoor zullen rechters ook hier gaan zoeken naar andere mogelijkheden om ongewenste uitkomsten te voorkomen. Ook zijn er volgens de Nederlandse vereniging voor Rechtspraak andere mogelijkheden om ervoor te zorgen dat geweld tegen hulpverleners zwaarder wordt gestraft.

Conclusie
De politie is dus blij met dit wetsvoorstel, de reclassering, de Raad voor de Rechtspraak en de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak zijn allemaal tegen het wetsvoorstel. Dit voornamelijk omdat het de rechter onnodig beperkt in zijn beslissingsvrijheid, om een passende straf op te leggen gelet op de omstandigheden van het geval. Daarnaast gaat het wetsvoorstel voorbij aan het feit dat een taakstraf een volwaardige straf is en dat deze zorgt voor 47% minder recidive.

Stemming
Op 2 februari 2021 heeft de tweede kamer gestemd over dit wetsvoorstel. De VVD, de SGP, het CDA, de PVV, Forum voor Democratie, 50PLUS en de fractie van Krol hebben voor het wetsvoorstel gestemd, waardoor het met een meerderheid is aangenomen. Hierna is het wetsvoorstel naar de eerste kamer gegaan. Op 18 oktober 2022 heeft de eerste kamer gestemd, waarbij er 35 stemmen voor waren en 37 stemmen tegen. Hierdoor is het wetsvoorstel niet aangenomen. Het wetsvoorstel gaat nu terug naar de tweede kamer, waar het wetsvoorstel mogelijk gewijzigd wordt om dan weer opnieuw tot een stemming te worden gebracht.

De leden van de eerste kamer die tegen hebben gestemd gaven aan dat zij het advies van de reclassering, de Raad voor de Rechtspraak en de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak zwaar laten meewegen in hun beslissing. Ze vinden dat dit wetsvoorstel de rechter te veel beperkt en dat er geen daadwerkelijk probleem wordt opgelost met dit wetsvoorstel. In de praktijk straft de rechter namelijk al strenger als het gaat over geweld tegen hulpverleners.

Op basis van deze terugkoppeling van de eerste kamer en de verschillende adviezen denk ik dat er veel moet worden aangepast aan dit wetsvoorstel voordat dit door beide kamers wordt aangenomen. Het is echter nog de vraag of dit gaat gebeuren of dat het wetsvoorstel niet meer wordt aangepast en daarmee de kous af is. Voor nu blijft alles bij het oude.

Wil u meer informatie over dit wetsvoorstel of heeft u een juridische vraag? Dan kunt u contact opnemen met Zuyd Legal Lab via onze contact pagina.