De Wmo

Geschreven door Jan Eijkenboom

Frits kan niet zelfstandig functioneren en participeren in de maatschappij. Door een motorongeluk is Frits fysiek beperkt waardoor hij niet meer zelfredzaam is. Hij kan niet meer algemene dagelijkse levensverrichtingen uitvoeren, zoals: in en uit bed komen, aan- en uitkleden, huis schoonhouden, boodschappen doen en op gelijke voet leven als mensen zonder beperkingen. Is er in Nederland een regeling voor mensen als Frits?

In Nederland kennen wij de Wmo 2015 (Wet maatschappelijke ondersteuning) voor mensen die niet zelfstandig kunnen functioneren en deelnemen aan de maatschappij. De Wmo is geldig voor iedere ingezetene van Nederland en alle vreemdelingen die rechtmatig in Nederland verblijven. De enige voorwaarde die de Wmo heeft is dat je ingeschreven moet zijn bij de gemeente waar bijvoorbeeld een algemene voorziening of maatwerkvoorziening wordt aangevraagd. Maar wat doet de Wmo precies? De gemeenten kunnen zelf regels vaststellen bij verordeningen die nodig zijn voor de uitvoering van de Wmo op grond van artikel 2.1.1 en artikel 2.1.3 Wmo 2015. Deze regels zijn gericht op de zelfredzaamheid en participatie van de belanghebbende (in dit geval Frits) in de maatschappij. Voordat Frits een aanvraag kan indienen, voor het krijgen van een voorziening, zal er door de gemeente een onderzoek plaatsvinden. De gemeente gaat zorgvuldig de situatie van Frits onderzoeken. Hiermee kan de gemeente vaststellen of er behoefte is en zo ja, wat de behoefte is van Frits om maatschappelijke ondersteuning te krijgen. Dit wordt ook wel het ‘keukentafelgesprek’ genoemd. Hiervoor vindt een persoonlijk gesprek plaats met Frits of een vertegenwoordiger van Frits (dit kan de partner zijn of een ander persoon die zorgt voor Frits) en een persoon van de gemeente. Op deze manier kan de gemeente een duidelijk beeld schetsen van Frits en zijn situatie. Het onderzoek wordt zo snel mogelijk afgerond, binnen 6 weken. De gemeente heeft veel ruimte voor het vaststellen van de ondersteuning die zal worden verstrekt. Dit kan een maatwerkvoorziening zijn of een algemene voorziening. Bij een maatwerkvoorziening, die op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon zijn afgestemd met betrekking tot diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen, kun je denken aan een stoellift voor mensen die de trap niet meer op kunnen, huishoudelijke hulp van een zorgmedewerker of vervoer voor mensen naar de stad enzovoorts. Een algemene voorziening is beschikbaar voor iedere inwoner van de gemeente voor de mensen die dat nodig hebben. Zoals: een boodschappendienst, maaltijdservice, activiteiten organiseren enzovoorts.  Voor de maatwerkvoorzieningen kan Frits een persoonsgebonden budget aanvragen bij de gemeente. Hiermee kan Frits zelf de zorg inkopen bij een zorgaanbieder. Ook kan de gemeente kiezen voor zorg in natura. Hiermee kan Frits niet zelf de zorg inkopen maar bepaalt de gemeente, het zorgkantoor of de zorgverzekeraar uit welke zorgorganisatie Frits kan kiezen. Frits maakt afspraken met de zorgaanbieder over de manier waarop hij zorg en ondersteuning krijgt. De uitzondering voor het recht op een voorziening is als er bij Frits sprake is van gebruikelijke hulp. Hiermee wordt bedoeld: de hulp die verwacht mag worden van de partner of ander familielid van Frits (kinderen van Frits, ouders van Frits), waardoor hij zelfredzaam blijft en deel kan nemen in de maatschappij. De gebruikelijke hulp heeft, volgens de gemeente, voorrang op de hulp die Frits kan krijgen met een voorziening.