Kort geding coronatoegangsbewijs

Geschreven door Dorinda Smeets

Uitspraak ECLI:NL:RBDHA:2021:10863

We kunnen er bijna niet meer omheen, de coronavaccinatie en het coronatoegangsbewijs. Echter is niet iedereen het eens met de invoering van het coronatoegangsbewijs.

Sinds medio maart 2020 is de Nederlandse regering begonnen met verschillende maatregelen te nemen in verband met de uitbraak van de corona-epidemie. Verschillende maatregelen zijn in de tussentijd opgeschaald of afgeschaald. Sinds begin november 2021 zijn de basismaatregelen weer aangescherpt. Het thuiswerkadvies wordt weer aangescherpt naar het advies om zoveel als mogelijk vanuit huis te werken, de mondkapjesplicht geldt weer in supermarkten, winkels, bibliotheken, spellocaties, pretparken, openbaar vervoer, stations, luchthavens, vliegtuigen, bij verplaatsing in het hoger onderwijs en bij de uitvoering van contactberoepen. Daarnaast gaat het coronatoegangsbewijs op meer plekken gelden. Waar een coronatoegangsbewijs nodig is, is een mondkapje dragen niet verplicht.

Op 1 juni 2021 is de Tijdelijke wet coronatoegangsbewijzen in werking getreden. Maar wat is een coronatoegangsbewijs nu eigenlijk? Met een coronatoegangsbewijs kan iedereen vanaf 13 jaar aantonen maximaal 24 uur geleden negatief te zijn getest op het coronavirus, van corona hersteld te zijn of volledig gevaccineerd te zijn tegen corona. In horecagelegenheden, sportscholen, casino’s, bioscopen, theaters, concertzalen, kermissen en andere doorstroomevenementen, zwembaden, sportkantines, muziek- en kunstlessen en zakelijke evenementen of professionele sportwedstrijden is een coronatoegangsbewijs verplicht.

Advocaat Bart Maes is het niet eens met het invoeren van de coronatoegangsbewijzen en heeft een kort geding gevoerd tegen de Nederlandse Staat. Volgens Bart is de invoering van het coronatoegangsbewijs onwettig, strafbaar en discriminerend. Hij vindt de maatregel in strijd met de Grondwet en internationale verdragen.

Bart voert aan dat het onwenselijk is dat mensen- en grondrechten bij regelingen, die door de overheid zijn ingesteld, worden beperkt.  Het parlement dient te beoordelen of het coronatoegangsbewijs noodzakelijk geacht moet worden. Bart is van mening dat dit niet het geval is. Volgens Bart maakt de Staat zich met de invoering van het coronatoegangsbewijs schuldig aan een onrechtmatige daad. Volgens hem schendt de Staat het discriminatieverbod en wordt er inbreuk gemaakt op diverse andere mensen- en grondrechten. Hij draagt dan ook aan dat het voor veel mensen die niet gevaccineerd zijn voelt als discriminatie.

In de uitspraak van Rechtbank Den Haag: ECLI:NL:RBDHA:2021:10863, wordt gesteld dat door het invoeren van het coronatoegangsbewijs een ongerechtvaardigd onderscheid gemaakt wordt tussen gevaccineerde en ongevaccineerde. Dit is volgens Bart een inbreuk op onder andere artikel 1 van de Grondwet. In artikel 1 van de Grondwet staat dat iedereen die zich in Nederland bevindt, gelijkwaardig behandelt moet worden. Discriminatie is op geen enkele wijze toegestaan. Het gaat om een ongelijke behandeling op basis van ‘status’. Er is sprake van een onevenredige inbreuk volgens Bart, aangezien in onvoldoende mate grondslag te vinden is in de wet, terwijl daarnaast ook een legitiem doel ontbreekt en niet wordt voldaan aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit. Proportionaliteit betekent dat er een redelijke verhouding moet zijn tussen het doel van een maatregel en de maatregel en subsidiariteit betekent dat je het minst ingrijpende middel moet inzetten om een bepaald doel te bereiken.  Van een legitiem doel is volgens Bart namelijk pas sprake indien vast is komen te staan dat er een medische noodzaak bestaat voor het invoeren van het coronatoegangsbewijs, en deze noodzaak is er volgens hem niet.

Op 6 oktober 2021 heeft de rechter uitspraak gedaan in het zojuist genoemde kort geding. De rechter heeft als uitgangspunt genomen dat hij zich terughoudend moet opstellen bij het beoordelen van nieuwe maatregelen. Ook moet de rechter zich terughoudend opstellen indien het gaat om keuzes die de Staat maakt. Een rechter kan namelijk alleen in geval van onredelijk beleid of een gebrek aan een wettelijke grondslag ingrijpen.  

Er is volgens de rechter een wettelijke grondslag voor de invoering van het coronatoegangsbewijs en de Staat heeft begrijpelijk uiteengezet dat coronamaatregelen nog steeds nodig zijn. Deze wettelijke grondslag is terug te vinden in de Tijdelijke wet toegangsbewijzen, maar ook in artikel 58 van de Wet Publieke Gezondheid. Bij het vaststellen of er nog altijd sprake is van een ernstige bedreiging van de volksgezondheid mag de Staat zich in beginsel baseren op recente adviseringen van het OMT. In OMT-adviezen van augustus en september 2021 staat dat de corona-epidemie in een andere fase is, maar zeker nog niet voorbij is.

Het coronatoegangsbewijs vindt zijn grondslag in de Tijdelijke wet toegangsbewijzen en in de Wet Publieke Gezondheid, waarin onder andere staat dat het vragen van een identiteitsbewijs bij het tonen van een coronatoegangsbewijs wettelijk toegestaan is. Daarnaast staat uitdrukkelijk in de Grondwet dat ten aanzien van een aantal grondrechten en inperking daarvan bij of krachtens de wet dient te worden geregeld. De bevoegdheid tot inperking kan overgedragen worden aan een lagere wetgever, in dit geval ministeriele regelingen. Het testen voor toegang, al dus het coronatoegangsbewijs heeft een legitiem doel, namelijk de verspreiding van het virus beperken.

De rechter oordeelt daarnaast dat er geen sprake is van een strijd met het discriminatie verbod en evenmin sprake is van een onevenredige inbreuk op andere grond- en mensenrechten en de AVG. Bart heeft vooral de focus gelegd op schending van het recht op gelijke behandeling en het discriminatieverbod. Van verboden discriminatie is sprake bij een verschil in behandeling waarvoor geen objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat. De rechter is van oordeel dat er geen sprake is van onderscheid tussen gevaccineerde en ongevaccineerden. Het coronatoegangsbewijs kan door vaccinatie-, herstel- of testbewijs verkregen worden en iedereen is geheel vrij in de keuze welk toegangsbewijs te gebruiken. De keuze voor het bewijsmiddel is, indien de groep met het herstelbewijs buiten beschouwing wordt gelaten, afhankelijk van de keuze of mensen zich wel of niet laten vaccineren.

Daarnaast wordt in de uitspraak gesteld dat de overheid van mening is dat door het invoeren van het coronatoegangsbewijs de maatregel van 1,5 meter afstand afgeschaft kon worden. Afstand houden was op veel plekken lastig en door dit af te schaffen en de coronapas te handhaven konden onder andere bioscopen en horecagelegenheden weer meer capaciteit gebruiken en konden verschillende evenementen weer door gaan.

Op grond van bovenstaande heeft de rechter bepaald dat er geen sprake is van onredelijk beleid of een gebrek aan een wettelijke grondslag. Aldus heeft de rechter uitgesproken dat het coronatoegangsbewijs mag blijven.

De meningen over het coronatoegangsbewijs zijn natuurlijk nogal verdeeld. Hoe denkt u erover?