Het zero tolerance drugsbeleid

Je kent het wel, je bent volledig enthousiast, want het festival waar je je al zo lang op verheugt is eindelijk in zicht. Je kleedt je lekker gemakkelijk en vertrekt richting de locatie. Eenmaal aangekomen loop je langs het bordje ‘Zero tolerance beleid’ met een grote prullenbak ernaast ‘Verdovende middelen hier dumpen’. Onwetend loop je door de security, betaalt de entree en geniet van het feest. Midden in het publiek zie je een aantal jongeren in hun zak graaien en schichtig om zich heen kijken. Je merkt dat de jongeren energieker worden terwijl ze met een flesje water optimaal aan het genieten zijn van het feest. Iets verderop zie je oplettende security door het publiek lopen om iedereen in toom houden. Ik dacht dat dit een zero tolerance beleid was? Hoe zit het hier nou mee?

Een kwart van de Nederlandse bevolking gebruikt weleens drugs. Dit vloeit voort uit het onderzoek van het Trimbos instituut. Zo heeft ongeveer 21,8% van de bevolking weleens cannabis genuttigd. Tussen de 5 en 7% van de inwoners heeft weleens overige drugs genuttigd.[1]

Het zero tolerance beleid speelt al enige tijd in Nederland. Dit beleid wordt voornamelijk op het gebied van drugs in acht genomen door vrijwel alle festivals. Kort gezegd komt het erop neer dat een festivalbezoeker absoluut geen verdovende middelen op zak mag hebben. Zelfs geen gebruikers hoeveelheid. In beginsel zal de lokale autoriteit niet op eigen initiatief opsporing verrichten naar kleine hoeveelheden drugs, gezien onder invloed zijn en gebruik niet strafbaar wordt gesteld door het Wetboek van Strafrecht. Bezit, handel en vervaardiging daarentegen is verboden in artikel 2 van de Opiumwet.

Toch gaan er belletjes rinkelen, je ziet verschillende feestgangers onder invloed. Is het zero tolerance beleid nou echt zero?

Op festivals wordt grondig en uitvoerig gecontroleerd op verboden middelen. Security zoekt dan ook zorgvuldig hiernaar bij het fouilleren. Toch verklaart een groot deel van de bezoekers ‘dat ze het toch wel mee naar binnen krijgen’. De festivalgangers bedenken het risico hiervan, maar ze nemen het zero tolerance beleid met een korreltje zout.

Zo zijn er ook festivals die drugshonden inzetten om het zero tolerance beleid te waarborgen. Echter ziet het heel intimiderend uit als politieagenten met een drugshond toezicht staan te houden. Het kan een beetje voor een grimmige sfeer zorgen.

Toch is het heel vreemd, gezien er in Nederland een gedoogbeleid heerst omtrent cannabis. Het gedoogbeleid is in mijn optiek tegenstrijdig met het zero tolerance beleid. Als het in Nederland gedoogd wordt, waarom geldt er op evenementen dan een zero tolerance beleid? Ook is opmerkelijk dat bij sommige evenementen haast niet gecontroleerd wordt. Er wordt veelal gecontroleerd op grote hoeveelheden en op wapens o.i.d. Gezien menig festivalganger ‘het toch naar binnen krijgt’.

Maar het kan altijd gebeuren dat er iemand uitgeplukt wordt, of iemand die onzorgvuldig heeft gehandeld. Wat gebeurt er met de persoon die ‘gepakt’ wordt? Zoals gezegd is het volledig strafbaar om middelen gesteld in de Opiumwet te bezitten, handelen of produceren. Sinds kort worden er op evenementen juristen/advocaten ingesteld die worden toegewezen aan personen die ‘gepakt’ worden. Het is aan de security de taak om te beslissen of de persoon in kwestie afgeleverd wordt aan de politie of dat de verboden middelen in beslag worden genomen. Dit is in de praktijk afhankelijk van het evenement, security en de hoeveelheid.

Wat nou als je echt gepakt wordt, wat is de straf die je kan krijgen?

Kort door de bocht kan gezegd worden dat het delict strafbaar is. Hier valt niet over te twisten. Echter heeft het OM bepaalde richtlijnen waar zij zich aan houden. Zo hanteert het OM bepaalde gebruikershoeveelheden.[2] Zo zal een gebruikershoeveelheid leiden tot afstand + onttrekking aan het verkeer. Zo zullen grotere hoeveelheden leiden tot een geldboete van ten minste 375 euro. Uiteraard verschillen deze straffen per persoon. Dit heeft te maken met de hoeveelheid en het verleden van de persoon. Zo zal een recidivist een hogere straf kunnen krijgen in tegenstelling tot een first offender.

Buiten bovenstaande, kunnen bepaalde delicten gecategoriseerd worden onder het verhandelen van drugs. Hier heeft het OM ook bepaalde richtlijnen voor die kunnen leiden tot een gevangenisstraf.

Concluderend uit bovenstaande kan de rechter beslissen om een aantekening te maken op iemand zijn VOG. Mocht de persoon dan een verklaring omtrent gedrag aanvragen, dan is aan deze VOG te herleiden dat de persoon in kwestie een strafbaar verleden heeft.

Voorheen:

In het verleden hanteerde het OM een zogenaamde strafbeschikking. Mensen die ‘gepakt’ werden, kregen een beschikking aangeboden. Indien deze geaccepteerd werd, mocht de bezoeker het festivalterrein op en ‘accepteerde’ hij zijn straf als het ware. Waar men niet van op de hoogte was is dat de gedupeerde door het snelrecht gehaald wordt. Aldus, snel berecht zonder enige tussenkomst. Hierdoor zijn er op o.a. festivals advocaten neer gezet, zodat gedupeerden altijd rechtsbijstand konden genieten en op de hoogte zijn van wat er gebeuren zou.

Conclusie:

Het zero tolerance beleid dient niet met een korreltje zout genomen te worden. Evenementen die dit beleid hanteren zullen proactief handelingen ondernemen om dit beleid te waarborgen. Uiteraard wordt men steeds slimmer en maken de bezoekers een risicoafweging. Het risico wordt graag genomen. En wordt je dan toch gepakt, dan is het aan de ambtenaar/security of die je überhaupt wil gaan vervolgen. Wordt een strafbeschikking aangeboden, weet wat je accepteert en weet wat de consequenties zijn. Rechtsbijstand is hierbij géén overbodige luxe.

 

Geschreven door: Borgie Schols


[1] Trimbos instituut: drugsgebruik 2017 https://www.trimbos.nl/kerncijfers/nationale-drug-monitor#qdrugsgebruik

[2] OM: Richtlijn voor strafvordering Opiumwet: https://www.om.nl/@88253/richtlijn-25/

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *