Octrooirecht

Octrooirecht
Hoe zit dat nu eigenlijk?
Geschreven door Shannon Janssen

In eerdere blogs hebben we het over het intellectueel eigendom gehad. Dit keer komt het octrooirecht aan bod. Het octrooirecht valt onder het industrieel eigendomsrecht en heeft betrekking op uitvindingen. Het geeft aan de houder een exclusief recht om anderen te verbieden zijn uitvinding toe te passen.

Een leuk weetje: Het synoniem voor ‘octrooi’ is ‘patent’. De wetgever gebruikt het woord octrooi, vergelijkbaar met het Franse woord ‘octroi’ (betekent ‘verlening’). In Frankrijk noemt men een octrooi: brevet.
In Duitsland en Engeland noemt men een octrooi: patent.
Waarop heeft het begrip ‘uitvinding’ betrekking?

  • een eindproduct (een voortbrengsel), bijvoorbeeld een deel van een mobiele telefoon.
  • een werkwijze, bijvoorbeeld een deel van een mobiele telefoon.
  • een stof, bijvoorbeeld een geneesmiddel, jam of shampoo.

Octrooien kunnen betrekking hebben op het gehele gebied van de techniek en maken veelal deel uit van ons dagelijkse leven.

Vatbaar voor octrooi zijn uitvindingen op alle gebieden van de technologie die nieuw zijn, op uitvinderswerkzaamheid berusten en toegepast kunnen worden op het gebied van de nijverheid. Deze eisen voor octrooieerbaarheid zijn terug te vinden in artikel 2 – 7 van de ROW 1995 (Rijksoctrooiwet) en artikel 52 – 57 van de EOB (Europees Octrooibureau).

Wat wordt niet verstaan onder uitvindingen?

Artikel 2 lid 2 ROW 1995 bevat een niet-limitatieve opsomming van zaken die geen ‘uitvinding’ zijn. Naast ontdekkingen, alsmede natuurwetenschappelijke theorieën en wiskundige methoden worden genoemd: esthetische vormgevingen, stelsels, regels en methoden voor het verrichten van geestelijke arbeid, voor het spelen of voor de bedrijfsvoering, alsmede computerprogramma’s en presentaties van gegevens.

Een leuk weetje: In de Verenigde Staten geldt voor octrooieerbaarheid ‘anything under the sun made by man’.

Geen octrooieerbare uitvindingen
Het gaat hierbij om uitvindingen waarvan de openbaarmaking of toepassing in strijd zou zijn met de openbare orde of de goede zeden. Dit is terug te vinden in artikel 53 EOV en in artikel 3 ROW.

Voorts bepaalt artikel 3 ROW dat geen octrooi wordt verleend voor planten of dierenrassen en werkwijzen van wezenlijk biologische aard voor de voortbrenging van planten of dieren (hiervan zijn weer uitgezonderd de microbiologische werkwijzen en hierdoor verkregen voortbrengselen).

Het verkrijgen van een octrooi in Nederland. Een octrooi wordt slechts verkregen op aanvraag van de rechthebbende, ingediend bij de octrooiverlenende instantie. Indien aan de wettelijke eisen is voldaan, heeft de aanvrager recht op een octrooi. In een nationale Nederlandse aanvraag onder het regime van de Rijksoctrooiwet 1995 wordt de aanvraag niet inhoudelijk getoetst waardoor die instantie slechts een administratieve taak heeft. Een Europese aanvraag wordt wel inhoudelijk getoetst. De beschermingsduur van een octrooi is maximaal 20 jaar.

Er zijn verschillende manieren om een octrooi te krijgen. Voor elk land dient een afzonderlijk octrooi verkregen te worden. Er zijn verschillende regelingen gemaakt om op basis van één aanvraag in meerdere landen octrooi te krijgen.

In Nederland kan langs verschillende wegen octrooi verkregen worden.

  • Een nationale Nederlandse octrooiaanvraag op grond van de ROW 1995, die tot een registratie-Rijksoctrooi kan leiden (6 tot 20 jaar).
  • Een aanvraag bij het Europees Octrooibureau (Europese aanvraag), waarbij Nederland wordt aangewezen als het land of als één van de landen waarin octrooirecht wordt verlangd. Indien Nederland is aangewezen, wordt zo’n octrooi een gewoon Nederlands octrooi, onderworpen aan de ROW 1995. De rechtsgevolgen van een Europees octrooi worden beheerst door het nationale recht van de betrokken landen en zijn gelijk aan die van een nationaal octrooi.
  • Een internationale aanvraag op grond van het Patant Cooperation Treaty (PCT). De aanvrager dient één aanvraag in, waarbij de landen worden aangewezen waarin men bescherming wenst. Of de aanvraag nieuw en octroieerbaar is wordt centraal onderzocht bij één plaats van de International Searching Authorities. Na verschijning van het nieuwheidsrapport beslist de aanvrager in welke landen hij zijn aanvraag wilt doorzetten. Dan wordt de internationale aanvraag gesplitst in evenzoveel nationale aanvragen als er landen zijn aangewezen. Het overige onderzoek wordt in elk land afzonderlijk uitgevoerd.
  • Na het in werking treden van de Gemeenschapsoctrooiverordening kan één EU-octrooi voor alle landen van de EU worden verleend via de Europese Verleningsprocedure. Een leuk weetje: Er zijn meer dan 125 landen bij het PCT verdrag aangesloten.

Inbreuk op een octrooi

Het octrooirecht is een verbodsrecht. In hoeverre men zijn octrooi kan exploiteren hang af van bestaande (octrooi)rechten van derden. Daarbinnen geeft het octrooi ook positieve bevoegdheden. Het geeft monopolie om, in het land waar het octrooi verleend is, de uitvinding bedrijfsmatig toe te passen.

De beschermingsomvang van een octrooi bepaalt wanneer een gedraging van een derde onder het octrooi van de octrooihouder valt. Handelen binnen de beschermingsomvang, zonder toestemming van de octrooihouder en zonder dat er een wettelijke beperking van toepassing is, levert octrooi-inbreuk op. Artikel 53 ROW 1995 geeft aan hoe de beschermingsomvang van een octrooi wordt vastgesteld.

Na de arresten: HR 27 januari 1989, NJ 1989, 506 Meyn/Stork en HR 29 maart 2002, NJ 2002, 530 Van Bentum/Kool, zijn er een aantal vuistregels geformuleerd waar de rechter bij de uitleg van een octrooiconclusie rekening mee dient te houden.

Het overdragen van een octrooi

Het octrooi is een vermogensrecht dat in vele gevallen in het rechtsverkeer overeenkomstig aan het eigendomsrecht wordt behandeld. Voor de bestaanbaarheid van het recht, voor overdracht en andere wijze van overgang en dergelijke zijn naast de regelingen in de ROW 1995 de voorschriften van boek 3 BW van toepassing.

De duur en het einde van een octrooi

De geldigheidsduur van het Nederlands en Europees octrooi is maximaal 20 jaar vanaf de dag waarop de aanvraag werd ingediend. De geldigheidsduur kan niet worden verlengd. Er zijn twee uitzonderingen met betrekking tot de geldigheidsduur:

1. Onder strikte voorwaarden wordt verlening van de octrooiduur met 5 jaar mogelijk (artikel 90-98 ROW 1995).

2. Een latere verordening voorziet in een soortgelijke duurverlenging voor gewasbestrijdingsmiddelen.

Het octrooi gaat teniet door:

  • Het verstrijken van de geldigheidsduur.
  • Afstand door de octrooihouder, geheel of gedeeltelijk (artikel 63 ROW 1995).
  • Vernietiging ex artikel 75 ROW 1995. Deze vernietiging kan geschieden op een aantal in de wet genoemde gronden. In beginsel heeft de vernietiging een terugwerkende kracht.
  • Verval in gevolge van artikel 62 ROW 1995 indien de verschuldigde taksen niet worden voldaan.
  • Ook kan het octrooi voor de octrooihouder tenietgaan door overdracht en opeising, geheel, gedeeltelijk of in mede-eigendom (artikel 78 ROW 1995).

Een leuk weetje: uit onderzoek is gebleken dat de gemiddelde octrooiduur van een Nederlands octrooi 7 jaar bedraagt. Na gemiddeld 7 jaar vindt een octrooihouder het niet langer lonend om de jaartaks nog te betalen.

Op de volgende site kunt u een top 10 van de meest bizarre patenten vinden, bijvoorbeeld een horloge met levensverwachting of een hondenparaplu: https://www.alletop10lijstjes.nl/meest-bizarre-patenten/

Heeft u nog vragen naar aanleiding van bovenstaand stuk, aarzel dan niet om contact op te nemen met ons kantoor: tel. +31 (0)46 420 72 06 of per mail: legallab@zuyd.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *